
700 duizend ton. Zoveel behandeld en onbehandeld plaatmateriaal belandt op de afvalberg. Hiervan wordt maar een heel klein deel hoogwaardig hergebruikt. Dit is genoeg hout om de Johan Cruyff ArenA in Amsterdam tot de nok toe te vullen. Hoe het anders kan? Dat zocht ontwerper en onderzoeker Rick Porcelijn uit in zijn Snelstartgids Circulaire Meubels. Hierin geeft hij praktische tips die circulaire en duurzame meubels mogelijk maken. ‘Als je erover nadenkt is het waanzin, maar het is nog steeds de norm.’
Om dit als afval af te voeren, betalen we ieder jaar zo’n 25 miljoen euro, weet Porcelijn. ‘Terwijl we tegelijkertijd voor 1 miljard euro aan nieuw hout bestellen om weer nieuwe spullen van te maken. En het erge? Dit mechanisme gaat op voor heel veel andere grondstoffen, zoals ijzer en aluminium, die we gebruiken voor meubels. Hierin is systeemverandering nodig.’

Volgens Porcelijn zie je tegelijkertijd de gevolgen van schaarser wordende grondstoffen. ‘Materiaalkosten stijgen, geopolitieke spanningen nemen toe en levertijden worden onzeker. We steken hout net zo snel in de fik als we het uit het bos kunnen halen. Hetzelfde geldt voor heel veel andere spullen, meubels en hele interieurs. De vanzelfsprekendheid waarmee we verwachten ‘vandaag besteld, morgen in huis’ houdt een keer op.’
Fietsvakantie zorgt voor nieuw inzicht
Deze feiten – en een fietstocht met zijn toen nog jonge gezin naar Rome leiden allemaal tot het schrijven van de gids. ‘Het was 2011, we woonden 3 hoog in Amsterdam en het enige wat ik zag waren luiers en flesjes’, zegt hij gekscherend. Samen met zijn vrouw Babette en twee kleine kinderen stappen ze met een klein trekkerstentje op de fiets.

Gewoon om er even tussenuit te zijn. Een eindje fietsen richting zuid-Duitsland ging ineens over de Alpen en zo kwam het gezin in Rome terecht. ‘Het was een uitdagende fietstocht, maar het leven was simpel. We kwamen er allebei achter dat we materiele dingen helemaal niet nodig hebben. Toen hebben we heel radicaal besloten om nooit meer te vliegen en de auto eruit te doen.’
Porcelijn neemt ontslag en begint voor zichzelf. Met zijn ontwerpstudio 16 Mammals ontwerpt hij voor grote Nederlandse retailers dagelijks winkelconcepten. Maar om uit te zoeken waar ‘zijn bliss‘ ligt, besteedt hij ook iedere week, jaar in jaar uit, 5 procent van zijn tijd aan onderzoek.
‘Dit was mijn speeltuin om te ontdekken hoe een eerlijke, veilige en duurzame wereld eruit moet zien. Ik was eigenlijk eindeloos aan het rekenen met openbare data en universele materiaalpaspoorten Wat is vervuilend? Welke materialen doen het beter en hoe lang gaat iets mee? Eigenlijk life cycle analyse’s (LCA’s) voor heel veel verschillende materialen en producten. Het was geen hobby, maar ook geen werk.’
Modulaire winkelinterieurs: zeker 50 procent minder co2-uitstoot
De dagelijkse focus van zijn ontwerpstudio is modulaire winkelinterieurs ontwerpen voor winkels als Pearle tot de Bijenkorf. En eigenlijk is dat werk niet heel veel anders dan hij altijd al deed: ‘Een strategie van de opdrachtgever omzetten naar iets tastbaar. Iets wat er fantastisch uitziet en voldoet aan een enorme waaier randvoorwaarden. Hieruit bleek dat wat bedrijven doen om geld te besparen – reviseren en herinzet -, bijdragen aan duurzaamheid.’
‘Als TU Delft-student ben ik goed in bedenken van dingen en doorrekenen van materiaalimpact. Ik zorg ervoor dat winkelinterieurs er als nieuw uitzien, maar eigenlijk bestaan ze voor 80 procent uit hergebruikte materialen. Alles is uit elkaar te halen, zodat je materialen als hout weer opnieuw kunt gebruiken. Hiermee kun je zeker 50 procent minder CO2 uitstoten.’
In zijn gids beschrijft Porcelijn drie pijlers. De eerste: gebruik goed materiaal. Maar wat is dat dan? Porcelijn: ‘Tijdens de productie van een houten meubel van een Europese spar komt ongeveer 2 kilo CO2 vrij. Dat is veel minder dan bijvoorbeeld MDF. Dit is een soort asbest onder de materialen, hier zit van alles door elkaar vermalen met een soort bindmiddel dat je sowieso niet meer loskrijgt. Meestal wordt dit nog afgewerkt met verf. Geverfd MDF is het afval van de toekomst, dit gaat gegarandeerd de verbrandingsoven in. Spoiler: gebruik gerecyclede materialen met een lage co2-uitstoot en lage verborgen milieu-impact.’

Zorg dat meubels 200 jaar meegaan
De tweede pijler: zorg dat meubels lang meegaan. Porcelijn: ‘En dan heb ik het over 200 jaar. Dit betekent dat je bij het ontwerp al moet nadenken over onderhoud en reparatie. Dus kun je makkelijk een onderdeel vervangen? Bij een tafel is het blad iets dat slijt en iets dat je na verloop van tijd vervangt. Verder is het belangrijk een tijdloos product te ontwerpen. Beter iets saais en onopvallends dan iets modegevoeligs. Dat wordt veel sneller vervangen.’
Als laatste pijler: zorg dat spullen op grote schaal recyclebaar zijn. ‘Niets is voor altijd houdbaar. Zorg dus dat je veel verder denkt dan het eerste gebruik. Want er gaat een tijd komen dat repareren of reviseren niet meer werkt, dan wil je niet dat iets in de fik gaat. Hoe ontwerp je een product zo dat het aan het eind op materiaalniveau weer als grondstof voor iets nieuws gebruikt kan worden?’

Moeilijk voor elkaar te krijgen, makkelijk verprutsen
Het is volgens de ontwerper moeilijk om dit allemaal tegelijkertijd voor elkaar te krijgen, maar heel erg makkelijk om te verprutsen. ‘Je kunt met alle goede intenties voor biobased of gerecyclede materialen kiezen, maar maak je dit vast met lijm of gebruik je verf, plamuur of epoxy? Dat kan er al voor zorgen dat iets in de verbrandingsoven terecht komt.’
Zijn advies? Stop met nieuwe materialen uit de grond en bomen uit het bos halen. ‘We moeten nieuwe dingen maken van alles wat we al hebben. Van dingen die we nu nog als troep zien. Als het in de verbrandingsoven verdwijnt, win je misschien wat warmte of energie terug, maar het materiaal is voor altijd weg. Dit terwijl grondstoffen alleen maar schaarser worden.’
‘Met deze gids wil ik laten zien dat we een slim plan nodig hebben om hier nu werk van te maken. Hierbij helpt het dat iedereen om tafel komt: van studenten, tenderschrijvers, ontwerpers en bouwers. Maar ook handige doe-het-zelvers, afvalverwerkers en alle andere mensen in de keten voor producten, meubels en interieurs. Dit om duidelijk te maken dat het van de zotte is om jaarlijks een stadion aan verschillende materialen in de fik te steken, terwijl die materialen straks niet eens meer beschikbaar zijn.’
